Respect voor arbeidsrechten in Nederland vanzelfsprekend?

Een artikel zoals ‘Ontslagvergoeding voor weigerende machtsmisbruiker’ uit PW|DeGids van 9 juli 2015 laat zien dat er nog veel onduidelijkheden zijn ten aanzien van een klacht, hierna te noemen misdaad, als seksuele intimidatie op de werkvloer. Met als resultaat dat in veel gevallen de dader makkelijk wegkomt, advocaten, rechters, klachtenonderzoekers en mediators betaald krijgen, maar het slachtoffer uiteindelijk de prijs betaalt.

Mannen en vrouwen hebben in Nederland gelijke rechten, ook in het bedrijfsleven. Gelijke rechten op bijvoorbeeld een leefbaar inkomen, sociale- en gezondheidsbescherming, opleiding en het recht op bescherming tegen seksuele intimidatie op de werkvloer. Bedrijven hebben een actieve zorgplicht om onder andere seksuele intimidatie op de werkvloer te voorkomen.

Echter het opnemen van mooie principes in een bedrijfscode blijkt onvoldoende. Het gaat om de werkelijk impact; bedrijfsactiviteiten moeten worden onderzocht en er moeten maatregelen genomen worden om risico’s op schending van beleid rond seksuele intimidatie op de werkvloer tegen te gaan. Wanneer een slachtoffer van seksuele intimidatie zich intern meldt, wordt het slachtoffer in veel gevallen overspoeld met ‘ondoordacht’ advies, door (indien aanwezig) de vertrouwenspersoon. Het blijkt dat in veel gevallen de vertrouwenspersoon niet altijd over de kennis beschikt over hoe om te gaan met een misdaad als seksuele intimidatie vanwege het ontbreken van beleid met betrekking tot seksuele intimidatie binnen de organisatie.

Gevolg is dat het slachtoffer door onwetendheid van derden en gebrek aan bescherming weerloos naar de slachtbank wordt geleid, voor ontbinding van het arbeidscontract. Werkgevers, directeuren en leidinggevende die zich schuldig maken aan seksuele intimidatie weten maar al te goed hoe ze het traject van zorgvuldig ‘onafhankelijk’ onderzoek moeten manipuleren (of voorkomen).

En zo wordt de dader, in veel gevallen de superieur van het slachtoffer, in de rechtbank beschermd door een tegenvallende uitspraak van de rechter die ondanks bewijslast struikelt over een niet doorlopen traject waaraan het slachtoffer geen schuld heeft, maar deze schuld in zekere zin door de rechter wel krijgt toebedeeld.

Een slachtoffer van seksuele intimidatie op de werkvloer gaat in veel gevallen al maanden of jaren gebukt onder het machtsmisbruik van de dader. Murw, uitgeput en emotioneel kapotgemaakt kost het een slachtoffer veel moed en energie om de intimidatie naar voren te brengen. Schaamteloos is, dat taken (functie invulling) van de vertrouwenspersoon niet wettelijk zijn vastgelegd, maar ondertussen door de Arbowet, Burgerlijk Wetboek en politiek wel gezien wordt als de eerste en belangrijkste schakel in preventie met betrekking tot seksuele intimidatie op de werkvloer.

De onwetendheid van de hulpverlening is de grootste vijand voor een slachtoffer van seksuele intimidatie en terwijl de rekening van de advocaat, rechter of klachtenonderzoeker betaald wordt en een dader zijn beloning in de vorm van een ontslagvergoeding of een terugkeer naar zijn bureaustoel ontvangt, vraag ik me af of respect voor het Arbeidsrecht in Nederland wel zo vanzelfsprekend is.

N.B.: weten werkgevers (zoals meneer en mevrouw uit ‘Spugen op de tosti van Hans’) en werknemers (beleidsmakers) wel dat een vertrouwenspersoon dient te worden aangesteld middels een benoemingscontract? Hier staan de gebruikelijke bepalingen in, maar ook de bepalingen van de taak- en functieomschrijving van de vertrouwenspersoon. Hierover een volgende keer meer.

Dit bericht is geplaatst in Blog met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *